De kracht van klein, volgens Jan Limbeck.

Hoeveel is goed onderwijs waard? Een vraag die momenteel indringend op ons af komt. Wat is goed onderwijs? Even leek het erop dat de Onderwijsraad een direct verband meende te zien tussen de omvang van de school en de kwaliteit ervan. Gelukkig werd dit beeld door velen, waaronder de staatssecretaris, genuanceerd tot de constatering dat kleine scholen kwetsbaarder zijn dan grote scholen.


In zijn algemeenheid kun je concluderen dat kleine scholen inderdaad kwetsbaarder zijn door hun omvang. Tegelijkertijd kun je vaststellen dat kleine scholen iets bezitten dat juist van kracht getuigt. Veel ouders die ervoor gekozen hebben hun kinderen naar kleine scholen te laten gaan zien deze kracht. Zij ervaren die kracht dag na dag. Daarmee is nog niet gezegd dat elke kleine school deze kracht maximaal weet te gebruiken en dat geen enkele grote school dat voor elkaar krijgt, maar de kracht van klein is herkenbaar voor een enorm groot deel van de ouders.


De kracht van klein zit in aandacht voor elkaar, in betrokkenheid, in overzichtelijkheid, rust en korte lijnen. Veel kleine scholen bevinden zich in de dun bevolkte gebieden van Nederland. ‘Noaberschap’, een term die in het oosten veel gebezigd wordt is een omgangswijze waarin men naar elkaar omziet, elkaar ondersteunt en samen verantwoordelijk bent voor de wereld om je heen. Dit noaberschap is iets dat je veel op kleine scholen vindt.

De waarde van een school voor een dorp, een kleine kern, of buurtschap wordt door bewoners en bezoekers van een school enorm hoog gewaardeerd. Toch zijn er onderzoeken die aantonen dat er geen enkele relatie bestaat tussen het sluiten van een basisschool en de leefbaarheid van een gemeenschap. Dit soort onderzoeken hebben altijd iets ongelofelijks over zich. Zo bestaan er veel onderzoeken die geen relatie laten zien tussen het eten van snoep met veel suikers en kleurstoffen bij kinderen en het drukke gedrag dat ze erna vertonen. Zo is er ook jarenlang onderzoek geweest waarin geen relatie werd gevonden tussen de aanwezigheid van nicotine in een sigaret en de verslavende werking ervan.
Wat je ook zonder onderzoek wel vast kunt stellen, is dat als een school activiteiten organiseert, of faciliteert, veel van deze activiteiten zullen stoppen als de school er niet meer is. Minder kinderen en ouders zullen de gang naar zo’n dorp, kern, of buurtschap maken. Deze plaatsen worden minder levendig, minder actief, met alle gevolgen van dien. Met name het platteland zal minder aantrekkelijk worden voor jonge gezinnen, waardoor de vergrijzing een nog grotere vlucht neemt.


Zijn er dan helemaal geen problemen met ontgroening en vergrijzing en moet er niet iets gedaan worden om de kwaliteit van het onderwijs in dunbevolkte gebieden te versterken? Jazeker wel! Veel scholen willen dolgraag hulp bij de problematiek van de krimpende school. Er zijn best plaatsen in Nederland waar het samengaan van scholen ook echt een oplossing kan zijn. Wetgeving versoepelen om dat gemakkelijker te maken is dan ook een goed idee. Maar om de rest van de scholen met minder dan 145 leerlingen dan ook meteen maar de kleine scholentoeslag af te pakken, lijkt op het schieten met een kanon op een mug.


Mijn oproep aan de staatssecretaris: Help scholen met problemen met echte op maat oplossingen, maar gooi niet het hele bekostigingssysteem en ruim een kwart van  alle basisscholen op z’n kop, terwijl onderzoek uitwijst dat de kwaliteit op basisscholen in Nederland nog nooit zo hoog geweest is als de laatste jaren. Vooral de korte termijnkosten (verbouw, nieuwbouw, administratieve aanpassingen, bureaucratie) die voortvloeien uit dit soort stelselwijzigingen zijn, in mijn optiek, ongewenst in tijden dat het economisch gezien niet voor de wind gaat.


Laten we zuinig zijn op ons onderwijs, juist door op de kleintjes te letten!
 
 
Jan Limbeck
directeur CNS Ommerkanaal
woordvoerder Stichting Behoud kleine scholen